Belichting is een onderschat onderwerp bij het fotograferen. Hierbij bedoel ik niet dat de foto over- of onderbelicht is, maar de plaats van de lichtbron. In een aantal gevallen is dit niet of slecht te regelen, maar als je er een beetje op let, kun je er vaak rekening mee houden. In deze beschrijving even een aantal aandachtspunten.
Eerst belicht ik mijn onderwerp steeds van een wat andere kant. Voor dit artikel gebruik ik een drinkbus. Deze heeft het voordeel dat het een aantal ronde zijden heeft, waardoor je de plek van de lichtbron goed kunt zien aan de hand van de schaduwvorming.
Belichting van achteren
In eerste instantie fotografeer ik mijn onderwerp zodanig dat ik het licht van achteren krijg. De voorkant van de dop (rechts op de voorgrond) zie je aan alle kanten goed belicht. Aan de liggende bus, kun je zien dat de lichtbron wat hoger stond dan de camera. Aan de onderkant is een beetje schaduw te zien. Deze manier van fotograferen heeft als voordeel dat alles wat je ziet vrij goed is belicht, maar dat er wat minder spanning in zit.

Belichting schuin van achteren (ongeveer 45 graden)
Voor deze foto verschuif ik de lichtbron wat meer naar rechts, zodat deze onder een hoek van ongeveer 45 graden het voorwerp beschijnt. Op de dop zie je aan de linkerkant meer schaduw en de opening van de drinkbeker is nu helemaal donker geworden. De schaduwwerking geeft meer spanning in de afbeelding.

Belichting schuin van voren (ongeveer 120 graden)
Ik verschuif de lichtbron nu nog verder naar rechts en naar achtere, zodat het licht een beetje van achteren komt. Op de dop zie je grotendeels schaduw aan de voorkant. Het relief op de drinkbeker is op deze manier ook veel zichtbaar, maar de drinkopening is nu helemaal in de schaduwe verdwenen.

Belichting met tegenlicht (ongeveer 160 graden)
Het licht komt vrijwel van achteren en daardoor is het grootste deel van de afbeelding in de schaduw. Hierdoor wordt het relief nog beter zichtbaar, maar verdwijnt veel van wat op de voorgrand zichtbaar is uit het zicht. Een ander gevaar is de zogenaamde lensflare, een stuk dat lichter is dan moet, omdat er direct licht op de lens valt, dat daardoor verstrooit. Een zonnekap kan dit voor een deel voorkomen, maar het is niet verstandig om recht tegen het licht in te fotograferen. Uiteraard kan dat wel wanneer je het onderwerp voor de lichtbron hebt staan en je een silhouetfoto wilt maken.

Invullicht
Smaken verschillen, maar wanneer schaduwen te donker worden is dit niet altijd het effect dat je als fotograaf wilt nastreven. Daardoor kun je werken met invullicht om de schaduwwerking een stukje te compenseren. Voor dit artikel gebruik ik twee lampen. De eerste staat onder een hoek van 45 graden rechts van de camera. De tweede staat onder een hoek links van de camera.

In de bovenstaande afbeelding begin ik eerst met een klein beetje invullicht (van links), waardoor de schaduwen minder donker worden en in deze delen dus ook meer doortekening zichtbaar wordt.

In de andere twee voorbeelden voer ik het invullicht steeds verder op, zodat de schaduwen steeds lichten worden en je zelfs het groene deel achter de bus mooi wordt belicht vanaf de linkerkant.

Probeer het zelf ook eens uit
In dit artikel heb ik gewerkt met twee lampen als lichtbronnen, maar je kunt ook de zon als lichtbron gebruiken. Bedenk als je een foto wilt maken, hoe je het licht wil laten invallen. Wanneer je landschapsfoto's wilt maken kun je het landschap natuurlijk niet draaien, maar wel kiezen welke kant je op fotografeert. Ook zou je kunnen variëren met het moment van de dag. Vaak geldt dat foto's met licht dat onder een hoek vanuit een van de zijkanten meestal een mooier effect geeft.
Waar ik hier met een tweede lamp werk, kun je buiten ook gebruik maken van witte (of lichte) vlakken aan de kant van de schaduwen. Daardoor licht je de schaduwen ook op. Professionele fotografen hebben vaak schermen bij zich of flitsen de schaduwen in, waardoor het contrast in de foto kleiner wordt en de schaduwen meer doortekend zijn.