Op 11 mei 1945 plaatsen de Plaatselijke Commandant C. van 't Land, de voormalige PIaatselijke Commandant: B. Materman en Burgemeester I.N Th. Diepenhorst een artikel in de plaatselijke pers.
Vandaag het tweede deel, het vervolg op gisteren:
Ondanks beloften van het „Herren" volk, volgde het eene verbod op het andere, maar natuurlijk, — alles omdat men het zoo goed met ons meende. Duidelijker begon zich toen af te teekenen het deel van ons volk dat, als 't er op aan kwam „neen" zou zeggen. Er werd in 't geheim vergaderd, er werden Z.g.n. thee-visites en literaire avonden gehouden, waar zwaar aan politiek werd gedaan! Menschen, die soms elkaar alleen van naam kenden als behoorend bij de een of andere politieke partij, ontmoetten elkaar en hoorden, misschien voor het eerst, uit den mond van een vroegeren politieken tegenstander het geknetter van het vuur der Vaderlandsliefde en gingen, aan dat vuur verwarmd, naar huis, niet met het gevoel, dat was een A. R. of een Sociaal-Democraat, maar: hier sprak iemand die den band God, Oranje en Nederland door de Historie heeft gevolgd en begrepen.
We gelooven te mogen zeggen dat uit deze menschen van allerlei geloof en politieke overtuiging de groepen ontstaan zijn van wat in de eerste oorlogsjaren genoemd werden de „geheime organisaties". Men hielp Joden, op wie inmiddels de volle zegeningen van het Nationaal-Socialisme begonnen af te dalen. Men hielp jonge mannen die het vertikten om naar Duitschland of ook in eigen land voor den vijand te gaan werken. Men hielp hen bij het nu zoo bekende „onderduiken", maar ook om hen op andere plaatsen aan werk en levensmiddelen, aan valsche persoonsbewijzen en papieren te helpen.
Op geregelde tijden kwam men samen op een zgn. arbeidsbeurs voor onderduikers. Hier werd bij wijze van „vraag en aanbod", zoowel alles wat degenen betrof die wilden onderduiken, als de benoodigde levensmiddelenkaarten, Persoonsbewijzen, financiën enz. behandeld. Deskundigen om Persoonsbewijzen na te maken, politie om aanwijzingen te geven hoe het best een distributiekantoor of bevolkingsregister „gekraakt" kon worden, stafkaartteekenaars om een situatieteekening te maken van een gevangenis, waaruit goede werkers bevrijd moesten worden, wapenmakers om de vaak gebrekkige wapens in orde te maken en te houden. Vooral niet te vergeten de vele mannelijke en vrouwelijke koeriers, de slagaders van het verzet, die de vaak zoo gewichtige en gevaarlijke boodschappen overbrachten.
Zoo was op zoo'n beurs vaak een zeer gemengd gezelschap bijeen. Eens bracht men zelfs zijn ruilwaar in den vorm van een adspirant-onderduiker mee ter beurze. Dit moest echter direct worden ontraden vanwege de veiligheid. Telkens en met steeds kleiner tusschenpoozen bracht het ingrijpen der Gestapo in den gang van zaken verwarring. Dan was er even een terugdeinzen, een uit elkaar raken soms, maar opgeven — nooit. Niet alleen tegen gevangenissen, ook tegen al te gevaarlijke handlangers van den vijand begon de revolver te spreken. Het gelukkig zeer klein gebleven deel van ons volk dat zich geroepen achtte met woord en daad de overgroote meerderheid van ons volk in zijn geheel en de ondergrondsche werkers in het bijzonder, aan den vijand over te leveren, merkte dat het tegenover zich kreeg een ander klein deel van ons volk, waar niet mee te spotten viel.
- Wordt vervolgd -