Op 11 mei 1945 plaatsen de Plaatselijke Commandant C. van 't Land, de voormalige PIaatselijke Commandant: B. Materman en Burgemeester I.N Th. Diepenhorst een artikel in de plaatselijke pers.
Vandaag het derde deel, het vervolg op gisteren:
Al vrij spoedig na de bezetting van ons land door den vijand en in den loop der jaren 1940 t/m '44, vormden zich als hoofdzakelijke kerngroepen de O.D. (ordedienst) R. v. V. (Raad van Verzet) en K.P. (knokploegen). Voor een zeer belangrijk deel werden deze verzetsgroepen geestelijk gevoed door de nimmer tot zwijgen te brengen illegale pers. Ons past dan ook van deze plaats een woord van diepen eerbied voor allen die den moed gehad hebben daaraan mede te werken. Immers, het resultaat van hun werk mocht niet „ondergrondsch" blijven, maar moest circuleeren, kwam den vijand onder de oogen. Fel is de terreur geweest, waaraan zij blootstonden, vooral omdat de vijand wist dat ons volk geen kuddevolk is en nog altijd de waarheid wist te onderscheiden van de leugenachtige Nationaal-Socialistische propaganda.
Eenige keeren is door een grooter deel van ons volk een duidelijk, bovengrondsch „neen" gezegd. Naar ik meen, den eersten keer door de Amsterdammers, toen de joden aldaar in het nauw kwamen. Later nog eens, met de bekende Meistaking, nu ruim 2 jaar geleden. Hoewel we zeker weten, dat de vijand, door deze demonstraties van ongebroken rechtsgevoel is geschrokken, lag het volkomen in zijn lijn, deze uitingen, waarop we als volk oprecht trotsch mogen zijn, op de meest barbaarsche wijze in bloed te smoren.
Op deze wijze ging het voor ons volk nog niet. Maar met een variatie op het klassieke woord uit onze geschiedenis bleek het bloed der slachtoffers, het zaad van het verzet te zijn. Volhouden bleef het „Parool". „Trouw" aan Oranje, voor een „Vrij Nederland". Langzamerhand was een meer geregeld contact ontstaan via koeriersdiensten via de in het geheim beluisterde radio, met onze vrienden overzee.
Dit werd intensiever naarmate meer zoogenaamde Engelsche agenten per parachute neerdaalden en in 't geheim werkten met de „ondergrondschen". Er werden richtlijnen getrokken voor het daadwerkelijk en meer georganiseerd verzet. Steeds werden we vanuit Londen op de hoogte gehouden, wat er in de door Duitschland bezette gebieden gebeurde. Steeds ook bleven we zooveel mogelijk op de hoogte van de ontwikkeling in Indië, De term „Duitsch-Japansche" radio, die door de sprekers voor Radio-Oranje vaak werd gebezigd, bracht ons, voorzoover nog noodig, het besef bij, dat niet alleen Nederland, maar ook Indië zuchtte onder des vijands hiel.