Op 11 mei 1945 plaatsen de Plaatselijke Commandant C. van 't Land, de voormalige PIaatselijke Commandant: B. Materman en Burgemeester I.N Th. Diepenhorst een artikel in de plaatselijke pers.
Vandaag het vierde deel, het vervolg op gisteren:
Eenige malen mochten we uit den mond van mannen die den moed hadden van Engeland uit naar bezet gebied te komen werken voor de bevrijding, vernemen, dat het voor de aan de overzijde verblijvende Nederlanders een groote verkwikking was, telkens te hooren van de feiten, waaruit bleek dat ons vaderland niet een overwonnen maar een strijdend Nederland was.
Bij monde van Radio-Oranje gaf de Nederlandsche regeering steeds duidelijker aanwijzingen hoe men zich zoowel legaal als illegaal had te gedragen. Vooral ook de ontwikkeling der verzetsgroepen had haar nauwlettende aandacht, waarvan omstreeks najaar 1944 het resultaat was dat Z.K.H. Prins Bernhard in zijn kwaliteit van Opperbevelhebber der Nederlandsche Strijdkrachten, de opdracht gaf dat de eerder genoemde verzetsgroepen met elkaar in overleg zouden treden, zoodat er een samensmelting zou plaats hebben van Ordediensten, Raad van Verzet en Knokploegen tot één groep onder den naam van Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten, dus de tegenwoordige N.B.S.
Deze samensmelting ging niet vanzelf. Na 5 jaar verdrukking was ons volk, waren vooral de verzetsgroepen dermate zelfstandig dat er aan loslaten van de eigen groep en een opgaan in het geheel der verzetsbeweging hier en daar wel iets haperde. Echter onder de sinds September '44 elkaar snel opvolgende slagen, die het Duitsche. rijk aan het wankelen en onze bevrijding dichter bij brachten, werd vrij spoedig begrepen dat Prins Bernhard zeer goed gezien had toen hij dat bevel gaf.