In de nacht van 6 op 7 maart 1945 werd door het Apeldoornse verzet bij de Woeste Hoeve een onbedoelde aanslag gepleegd op Hanns Albin Rauter, een van de kopstukken van de Duitse bezetter. Rauter was de hoogste Duitse politie-generaal en hoofd van de SS in Nederland. Rauter overleefde de aanslag, maar kreeg in 1949 de doodstraf.
Het verzet had een tip gekregen dat er een vrachtwagen met vlees langs zou komen en ze waren in beide geïnteresseerd.
Het was duidelijk dat de Duitsers het er niet bij zouden laten zitten. Na een dergelijk incident was het gebruikelijk dat er represailles genomen werden in de vorm van het fusilleren van gevangengenomen verzetsmensen, bekende Nederlanders en politici. Op 8 maart werden 117 mensen bij de Woeste Hoeve gefusilleerd. Elders in Nederland werden nog 157 personen terechtgesteld.
Rauter was geen lievelingetje, hij was zelf in Nederland de initiatiefnemer geweest van deze represaillemaatregelen. Hij had zelfs duidelijke quota ingesteld, zoals 10 levens voor een Duitse dode en 3 voor een Nederlandse dode in Duitse dienst, In juni 1944 had Hitler bevolen dat de berechting van verzetsmensen gestopt moest worden. De Duitse SD kreeg toen vrij spel om met mensen die ze oppakten te doen wat ze wilden, zij werden de zogenaamde Todeskandidaten.
Half september geeft Rauter bevel om verzetsmensen als represaille aan de openbare weg dood te schieten en hun lichamen lange tijd te laten liggen. Voorbijgangers werden gedwongen toe te kijken bij de executies. Zo hoopten ze het verzet te breken.
Ook had Vaassen een slachtoffer te betreuren, zoals blijkt uit onderstaand bericht uit de krant van 11 mei. Na een tijdelijke begrafenis op Heidehof in Ugchelen, werden een aantal van de slachtoffers na de bevrijding in hun eigen woonplaats herbegraven. Zo ook de heer J.W. Matthijse.
Onder zeer groote belangstelling werd Vrijdag j.l. het stoffelijk overschot van den heer J. W. Matthijse op de algemeene begraafplaats ter aarde besteld. Hij was een van de honderden slachtoffers, die op 8 Maart vielen als offer van de wraakzucht van den overweldiger.
Aan de groeve werd gesproken door den Weleerw, Heer Ds. van Deelen. Deze sprak woorden van troost tot de familie en wees de aanwezigen er op, dat ze stonden bij het tastbare bewijs van het schrikbewind, dat vijf jaar lang over ons uitgeoefend is en vooral de laatste jaren het masker heeft afgeworpen. Hij waarschuwde vooral tegen een laf en zoetelijk gevoel tegenover dezen overheerscher om genade voor recht te doen gelden door o.a. af te zien van invoering van de doodstraf.
De spreker eindigde met 't Onze Vader. De vader van den overledene sprak een afscheidswoord tot zijn zoon en dankte Ds. van Deelen voor de gesproken woorden en de aanwezigen voor de betoonde belangstelling.
Hieronder een reportage over het vonnis van Rauter
https://www.openbeelden.nl/files/11/51/1151861.1151858.WEEKNUMMER481-HRE0000CFC5_2582000_3212000.mp4