Nadat de Veluwe was bevrijd, stopten de geallieerden in deze regio. Hun prioriteit lag bij de opmars in Duitsland, want daarmee zouden ze de Duitsers het meest op de knieën dwingen. Na de Eerste Wereldoorlog was de oorlog vrijwel niet op Duitse bodem gevochten en dat gaf de Duitsers het gevoel dat ze eerder verraden waren door hun eigen regering, dan verslagen waren.
Daarnaast had een verdere opmars naar het westen niet veel zin meer. De daar aanwezige Duitsers, waren enerzijds zodanig geïsoleerd dat ze geen bedreiging meer vormden. Een verdere opmars betekende dat gevechten moesten worden gevoerd in dichtbevolkte gebieden, die bovendien onder zeeniveau lagen. Er was dus een reële kans dat er opnieuw delen land onder water gezet zouden worden.
De voedselsituatie was in het bezette deel van Nederland na de hongerwinter zorgelijk. In januari 1945 brachten drie schepen van het Rode Kruis meel uit Zweden naar Delfzijl. Dit werd vervolgens verdeeld over Nederland en vanaf eind februari konden bakkers met dit meel witbrood bakken, waardoor de voedselsituatie weer wat verbeterde. Overal in het land waren gaarkeukens, waar door armen, daklozen en slachtoffers van de oorlog eten gehaald kon worden.
Met de opmars van de geallieerden werd het transport ernstig verslechterd en ontstond het plan voor operatie Manna. Naar analogie van het manna voor de Israëlieten in de woestijn, zouden vliegtuigen vanaf eind april op een aantal plekken in het westen van ons land brood droppen. Daarover was een akkoord met de Duitse bezetters gemaakt.
Op 4 mei 1945 werd een akkoord gesloten voor een onvoorwaardelijke overgave per 5 mei van de Duitse bezetters in Nederland. Dit akkoord werd op 5 mei mondeling bekrachtigd in hotel De Wereld in Wageningen. Met de schriftelijke ondertekening werd de capitulatie de volgende dag, dus op 6 mei formeel gemaakt. Daarmee was formeel de oorlog met de Duitsers voor Nederland voorbij. Het betekende echter niet dat ook heel Nederland bevrijd was. De dagen na deze formele ondertekening moesten bijvoorbeeld op een steenworp van Wageningen, de Klomp en Veenendaal op 9 mei nog worden bevrijd. Ook steden als Utrecht (7 mei), Haarlem (8 mei) en Den Haag (8 mei) werden later bevrijd.
Maar nergens in Nederland duurde de bevrijding zo lang als op de Waddeneilanden. Op 20 mei werd Texel bevrijd, gevolgd door Terschelling en Vlieland op respectievelijk 29 en 31 mei. Ameland en Schiermonnikoog moesten zelfs nog tot 3 en 11 juni wachten. Op het laatste eiland had zich na de bevrijding van het vasteland van Groningen een groep van 120 SS-ers bij het Duitse garnizoen gevoegd. Met het afvoeren van deze laatste 600 Duitse troepen was Nederland eindelijk helemaal bevrijd.