Tot nu toe ging de geschiedenis in deze serie steeds over de Europese ontwikkelingen. Daar mocht Nederland dan bevrijd zijn, maar het was nog steeds in oorlog met Japan, vanwege het Nederlands Oost-Indië.
Japan had na een opmars naar het zuiden in januari en februari 1942 ook Nederlands Oost-Indië ingenomen. Het Nederlandse leger, ondersteund door lokale bewoners (waaronder veel Molukkers), was niet opgewassen tegen het veel grotere en moderner uitgerustte leger van de Japanners. Ook de vloot was ondergeschikt en ondanks heroïsch verzet, duurde het niet lang of dit deel van ons koninkrijk werd ook bezet.
In de jaren die volgden werden de krijgsgevangenen in kampen geïnterneerd. Kampen die fataler waren voor de militairen, dan de voorafgaande strijd zelf. De kampen hadden dodenpercentages tussen 13 en 30%.
Nederlands Oost-Indië was voor de Japanners van groot belang. Niet alleen betekende het bezetten ervan de uitbreiding van hun invloedssfeer, maar het leverde ook olie en voedsel op, dat niet door de geallieerden gebruikt kon worden.
Na de machtsovername lieten de Japanners de lokale notabelen het land besturen. Dat betekende echter niet dat er een vredige bezetting was. Veel mensen, schattingen noemen tien miljoen mensen alleen al op Java, moesten voor de Japanse oorlogsindustrie werken. De Verenigde Naties berekenden dat ongeveer vier miljoen mensen door hongersnood omkwamen tijdens de Japanse bezetting. Een opstand werd door de Japanners hard neergeslagen.
Waar de Nederlanders het Indische nationalisme onderdrukten, gaf de Japanse bezetter daar meer ruimte voor. De Japanners stelden de Indiërs na verloop van tijd een vorm van zelfbestuur in het vooruitzicht, waardoor verwachtingen werden gewekt.
De opmars van de geallieerden ging voor een belangrijk deel langs Nederlands Oost-Indië. De geallieerden kozen ervoor om via strategische plekken Japan aan te vallen. Dat betekende dat deze opmars vooral ten noorden van deze archipel plaatsvond. Waar we D-day in Europa een immense operatie was, werden soortgelijke landingen (voor een deel even groot) over veel grotere afstanden uitgevoerd.
Toen Japan in augustus 1945 op de knieën werd gedwongen, betekende dat voor de Indische archipel nog geen vrede. Tot in oktober waren er aanzienlijke groepen Japanners die bleven vechten, waardoor ook deze eilanden nog moesten worden bevrijd.
Overigens ontstond na de bevrijding van de Japanners een nieuw conflict in de archipel. Door het door de Japanners aangemoedigde nationalisme had Sukarno twee dagen na de Japanse overgave de Indonesische onafhankelijkheid afgekondigd. Vier jaren van politionele acties zouden volgen. In 1949 werd Indonesië onafhankelijk.
De Tweede Wereldoorlog markeerde voor veel landen in Azië een beslissende breuk met de geschiedenis. Veel van de gekolonialiseerde landen werden daarna verzelfstandigd, nadat de terugtocht van het westen onvermijdelijk was geworden. Niet voor niets wordt door historici de zin gebruikt: "Japan verloor de oorlog, maar won de vrede".