Uit de Radio-toespraak van H. M. de Koningin.
„Mannen en vrouwen van Nederland, onze taal kent geen woorden, om de vreugde bij de bevrijding van ons volk te vertolken. Eindelijk zijn wij weer vrij.
Verslagen is de vijand van Oost tot West, van Noord tot Zuid. Voorbij is de namelooze druk. Voorbij is de verschrikking van den hongersnood. Warmen dank brengen wij aan onze bondgenooten voor de bevrijding en de bevrijding van den hongerdood. Dank ook brengen wij aan de Binnenlandsche Strijdkrachten; hulde aan hen, die buiten Nederland streden, te land ter zee en in de lucht, hulde aan de mannen ter koopvaardij, hulde aan allen, die waar ook en hoe ook, hetzij door het offer van hun leven of door groote daden, ons dezen grooten dag van de bevrijding doen beleven.
Onze gedachten gaan uit naar allen, die dezen dag niet mogen beleven. Wij leven mee met hen, die in onzekerheid verkeeren over familieleden. Wij brengen hulde aan u allen voor uw verzet.
Ons land wacht een groote taak, waarmede wij terstond een aanvang moeten maken. Laten wij allen de handen ineenslaan en niet achterblijven, bij hen, die ons een voorbeeld hebben gegeven door hun grootsche daden."